top of page
2024-09-17 ACT_581538_2023
Source:
-
-
Rule 102 – Referral to the panel, Rule 104 – Aim of the interim conference, Rule 105 – Holding the interim conference, Rule 115 – The oral hearing, Rule 152 – Compensation for representation costs, Rule 198 – Revocation of an order to preserve evidence, Rule 333 – Review of case management orders, Rule 334 – Case management powers, Rule 370 – Court fees
-
The following text is not a complete transcript of the decision/order:
ORD_598476/2023
ACT_581538/2023
UPC_CFI_376/2023
Inbreukvordering
Brussel – Lokale Afdeling
UPC_CFI_376/2023
Procedurele Beslissing (Order)
R. 105.5. RoP
Van het Gerecht van Eerste Aanleg van het Eengemaakt Octrooigerecht (UPC)
Lokale Afdeling Brussel
Gewezen op 17 september 2024
EISER:
De heer wonende te
Vertegenwoordigd door: Mter. C. Ronse en Mter. K. Claeyé, advocaten te Havenlaan 86C, B414,
1000 Brussel (België), en Mter. M.W. Rijsdijk en Mter D.E.
Colenbrander, advocaten te Amstelplein 1 (Rembrandt Toren, 28ste
verdieping), 1096 HA Amsterdam (Nederland);
VERWEERDER(S):
(1) OrthoApnea S.L., vennootschap naar Spaans recht, met maatschappelijke zetel te Flauta Mágica
22, 29006 Malaga, Spanje,
(2) VIVISOL B BV, vennootschap naar Belgisch recht met maatschappelijke zetel te Zoning Ouest 14,
7860 Lessines, België, en ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen met
ondernemingsnummer 0454.915.053;
Vertegenwoordigd door: Mter. van den Horst en Mter. Niemeijer, advocaten te Prinses
Beatrixlaan 582, 2595 BM Den Haag (Nederland)
OCROOI(EN) WAAROP HET GESCHIL BETREKKING HEEFT
Octrooi nr. Octrooihouder(s)
EP 2 331 036
TAAL VAN DE PROCEDURE: NEDERLANDS
PANEL/AFDELING:
Onderhavig Afdeling (Brussel) met het panel bestaande uit:
Voorzitter / Judge-Rapporteur Samuel Granata
Juridisch gekwalificeerde rechter (LQJ) Margot Kokke
Juridisch gekwalificeerde rechter (LQJ) András Kupecz
VOORWERP VAN DE PROCEDURE (ORDER):
Octrooi-Inbreuk – R. 105.5
DATUM EN INHOUD VAN DE INTERIM CONFERENCE:
6 september 2024 (10u bij middel van video-conferentie in toepassing van R. 105.1. RoP)
De agenda van de Interim Conference werd aan partijen overgemaakt samen met de link aangeboden voor de video-conferentie. Partijen werd de mogelijkheid geboden om bijkomende elementen aan te dragen.
DEELNEMERS AAN DE INTERIM CONFERENCE:
Voor de rechtbank:
• Samuel Granata (Voorzitter en Judge-Rapporteur)
• Margot Kokke (LQJ als toehoorder)
• András Kupecz (LQJ als toehoorder)
Voor de Eiser
• Mter. C. Ronse
• Mter. K. Claeyé
• Octrooi-gemachtigde N. D’Halleweyn
Voor de Verweerders
• Mter. M. van den Horst
• Mter. B. Niemeijer
PROCEDURELE STAND VAN ZAKEN:
Partijen hebben regelmatig hun schriftelijke argumentatie (eis/verweer) en bewijsstukken opgeladen in het CMS tijdens de schriftelijke fase van deze procedure en dit in lijn met:
• de relevante regels van de RoP;
• de Procedurele Beslissing van het panel van 19 juli 2024 (ORD_42503/2024) (na verzoek tot Herbeoordeling van 16 juli 2024 in toepassing van R. 333.1. RoP en R. 334 RoP van Definitieve Beslissing (Order) ORD_37783/2024 gewezen op 8 juli 2024);
• De Beschikking van het Hof van Beroep UPC gewezen op 26 juli 2024 (UPC_430/2024 - App_42818/2024).
De standpunten van partijen en de wederzijdse vorderingen worden weergegeven in deze schriftelijke
argumentatie ondersteund door bewijsstukken. In het kader van onderhavige beslissing is een
herhaling ervan niet aan de orde.
BEOORDELING IN HET LICHT VAN R. 104 ROP:
1. Aftasten van een minnelijk akkoord (R. 104 (d) RoP)
Bij het aftasten van een mogelijke minnelijke oplossing tussen partijen, werd kennisgenomen
van een wil hiertoe aan de zijde van Eiser en een beperkte wil aan de zijde van Verweerders
(en dit in hoofdzaak omwille van de aanzienlijke kosten die reeds werden gemaakt in deze
procedure).
Partijen werd duidelijk gemaakt dat deze kosten nog gevoelig kunnen oplopen (rekening
houdend met een mogelijk hoger beroep en met een (eventuele) vervolgprocedure omtrent
de schade). De Judge-Rapporteur lichtte partijen in dat een minnelijke oplossing nog steeds
kostenbesparend zal zijn.
Zouden partijen vooralsnog besluiten over te gaan tot minnelijke onderhandelingen werden
partijen op de hoogte gebracht dat dergelijke onderhandelingen (in deze fase van het geding)
geen invloed zullen hebben op de datum van de pleitzitting. Zouden partijen méér tijd nodig
achten, werden partijen op de hoogte gebracht dat een uitstel van de datum van de
pleitzitting tot de mogelijkheden behoort indien hieromtrent een wederzijds akkoord bestaat.
2. Bewijsaanbod gedaan door Verwerpende Partijen (R. 104 (g) RoP)
2.1. Omtrent het bewijsaanbod gedaan in de Conclusie van Antwoord (p. 57 onder punt 10) (de
Europese octrooigemachtigde
Gezien de heer deel uitmaakt van de vertegenwoordigers van Verweerders (als
octrooigemachtigde en als dusdanig wordt weergegeven in de conclusies van Verweerders)
ontbeert het verzoek tot bewijsaanbod een voorwerp. De heer is vrij het woord te
nemen tijdens de pleitzitting in zijn hoedanigheid van vertegenwoordiger van Verweerders.
2.2. Omtrent het bewijsaanbod gedaan in de Conclusie van Dupliek (“Rejoinder”) (in deel B p. 20-
21 en deel C p. 36 onder punt 7) (de heer
Het wordt aangewezen geacht dat de heer beschikbaar is in het kader
van een hybride vorm van de pleitzitting zodat deze, (enkel) indien nodig, eventuele vragen
kan beantwoorden van het panel. Aan Eiser zal de mogelijkheid worden geboden (onder meer
door de heer aan het woord te laten) om stelling in te nemen omtrent eventuele
verklaringen van de heer
Om praktische (linguïstische) redenen zullen eventuele vragen van het panel aan de heer
naar het Engels worden vertaald door het panel. Verweerders geven
hieromtrent aan dat de heer het Engels machtig is.
3. Gevolgen van het (vermeende) laattijdig instellen van een procedure ten gronde in toepassing van R. 198 (1) RoP (R. 104 (g) RoP)
Gezien Verweerders op basis van een vermeende laattijdigheid van het instellen van de procedure ten gronde enerzijds de opheffing van het (bewijs)beslag inzake namaak (“Order to Preserve Evidence”) verzoeken in toepassing van R. 198 (1) RoP, doch anderzijds gebruik maken van de bevindingen ter uitvoering van het beschrijvend beslag, worden partijen verzocht hieromtrent tijdens de pleitzitting mondeling standpunt in te nemen.
4. Waardering van de zaak (R. 104 (i) en (j) RoP)
Er werd door Eiser in eerste instantie een provisionele vergoeding gevorderd van € 1 (Verklaring van Eis), die later werd verhoogd tot een provisionele vergoeding van € 50.000 (Antwoord op de Verklaring van Verweer). Eiser stelt dat een concrete inschatting van de schade enkel zal kunnen worden bepaald na het verkrijgen van verdere informatie (zoals gevorderd).
Geen van de partijen biedt heden enig houvast ter concrete beoordeling van de waarde van de zaak.
Eiser verklaart tijdens de Interim Conference dat hij zich kan akkoord verklaren met een waardering van de zaak op een bedrag van €250.000.
Verweerders verzetten zich hiertegen en argumenteren dat de waardering van de zaak op het voorgestelde bedrag van €250.000 onvoldoende zal zijn in het licht van de reeds gemaakte kosten. Zij verzoeken dat de zaak zou worden gewaardeerd op € 500.000.
De waarde van de zaak wordt bepaald op € 250.000 waarbij als volgt wordt gemotiveerd:
• R. 370.6 RoP als R. 152.3 RoP (verwijzend naar de beslissingen van het Administrative Committee van de UPC) stellen als laagste (minimum) drempel een bedrag tot € 250.000 voorop, zodat een lagere waardering niet aan de orde.
• Er liggen noch concrete elementen voor noch wordt feitelijke argumentatie aangereikt die zouden doen besluiten tot een hogere waardering van de zaak dan €250.000.
• Het al dan niet “voldoende” zijn van een waarde-bepaling in het licht van de mogelijke terugvorderbare kosten (in toepassing van R. 152.3. RoP) betreft geen in overweging te nemen element ter beoordeling van de waardering van de zaak.
5. Verloop van de mondelinge procedure (R. 104 (g) RoP)
5.1. Gebruik van pleitnota’s en visuele voorstellingen
Eventuele pleitnota’s en/of visuele voorstellingen (o.a. in de vorm van een PPT-presentatie) als (pleit-) hulpmiddel worden toegelaten. Deze maken echter geen onderdeel van de schriftelijke argumentatie (eis/verweer).
Aangegeven (pleit-) hulpmiddelen kunnen enkel strekken ter ondersteuning van de reeds
geformuleerde schriftelijke argumentatie. De schriftelijke fase van de procedure werd immers
afgesloten zodat géén bijkomende/afwijkende middelen kunnen worden aangereikt.
Aangegeven (pleit-) hulpmiddelen dienen tijdig (i.e. 48 u voor de pleitzitting) te worden
meegedeeld aan de Griffie (LD Brussel) en de tegenpartij.
5.2. Gebruik van fysieke voorbeelden / modellen
Het staat partijen verder vrij het ter Interim Conference aangehaalde kaak-model te gebruiken
tijdens de pleidooien doch wederom enkel ter ondersteuning van de reeds geformuleerde
schriftelijke argumentatie.
In een dergelijk geval, dient dit model te worden neergelegd als bijkomend stuk ter Griffie (LD
Brussel) en dit uiterlijk 14 dagen voor de pleitzitting alsmede te worden meegedeeld aan de
tegenpartij gelijktijdig met de neerlegging ervan ter Griffie (LD Brussel).
BESLISSING:
1. De waarde van zaak wordt bepaald op € 250.000.
2. Het verzoek tot bewijsaanbod door de Europese octrooigemachtigde wordt afgewezen
bij gebreke aan voorwerp.
3. Het wordt aangewezen geacht dat de heer beschikbaar is in het kader
van een hybride vorm van de pleitzitting zodat deze, (enkel) indien nodig, eventuele vragen
kan beantwoorden van het panel.
4. Partijen worden verzocht om verder mondeling standpunt in te nemen omtrent de gevolgen
van het vermeend laattijdig instellen van een procedure ten gronde in het licht van de
beschrijvende beslag maatregelen en de gevolgen hiervan.
5. Het gebruik van pleitnota’s en visuele (pleit-) hulpmiddelen wordt toegelaten onder volgende
voorwaarden:
• Deze mogen enkel gebruikt worden ter ondersteuning van de reeds geformuleerde
argumentatie
• Deze uiterlijk 48u voor de pleitzitting worden meegedeeld aan de Griffie (LD Brussel)
• Deze ook mee te delen aan de tegenpartij uiterlijk op dezelfde datum dat deze worden
meegedeeld aan de Griffie (LD Brussel).
6. Het gebruik van een kaakmodel tijdens de pleidooien wordt toegelaten onder de volgende
voorwaarden:
• Het model mag enkel gebruikt worden ter ondersteuning van de reeds geformuleerde
argumentatie
• Het model dient uiterlijk 14 dagen voor de pleitzitting te worden neergelegd ter Griffie
(LD Brussel)
• Het model dient meegedeeld te worden aan de tegenpartij uiterlijk op dezelfde datum dat
deze worden neergelegd ter Griffie (LD Brussel).
7. Verweerders dienen de Griffie (LD Brussel) op de hoogte te brengen van het mailadres van de
heer ter uitnodiging van de hybride-zitting.
RICHTLIJNEN PLEITZITTING:
1. Tijdsverloop/indeling:
(a) Algemeen
Actie Tijdsduur
Administratieve en Technische controle 15 minuten
Inleidend verslag door de rechtbank inhoudende een feitelijke
situatieschets, een overzicht van de vorderingen (en
tegenvorderingen) en de hoofd-discussiepunten
15 – 30 minuten
Pleidooien Eiser (maximum) 60 minuten
Pauze Te bepalen ter zitting
Pleidooien Verweerders (maximum) 60 minuten
Lunchpauze Te bepalen ter zitting
Mogelijkheid tot antwoord Eiser (maximum) 15 minuten
Mogelijkheid tot wederwoord Verweerders (maximum) 15 minuten
Mogelijkheid tot het stellen van het vragen door het panel aan één
of beide partijen gevolgd door een interactief debat
Te bepalen ter zitting
(b) Afwijkingen
Indien lopende de pleidooien reeds vragen zouden worden gesteld door leden van het panel
of er enig andere interventie plaatsvindt lopende de pleidooien, zal hiermee rekening worden
gehouden in het kader van de toegemeten pleitduur van partijen (in deze zin dat deze niet zal
worden meegenomen in de tijdsberekening).
2. Opname van de pleitzitting:
In toepassing van R. 115 RoP zal een audio-opname worden gemaakt van de pleitzitting.
Noch partijen noch het publiek wordt toegelaten om zelf enige opname te maken van de
pleitzitting.
3. Openbaarheid van en aanwezigheden ter pleitzitting:
De pleitzitting is openbaar.
4. Verdere praktische richtlijnen in het kader van de pleitzitting:
Verdere praktische richtlijnen worden meegedeeld door de Griffie (LD Brussel)
voorafgaandelijke de pleitzitting.
INSTRUCTIES AAN DE GRIFFIE (LD BRUSSEL):
• Indien een kaakmodel wordt neergelegd, dient dit bewaard te worden ter Griffe (LD Brussel).
• Een hybride-zitting dient georganiseerd te worden van de pleitzitting. Uitnodiging dient te
worden verstuurd naar de heer
• Voorafgaandelijke de pleitzitting dienen eventuele praktische richtlijnen te worden
overgemaakt aan partijen
HERBEOORDELING DOOR HET PANEL:
Elke partij wordt de mogelijkheid geboden om een herbeoordeling te verzoeken in toepassing van R. 333 RoP. Hangende dergelijke verzoek zal onderhavige Procedurele Beslissing echter van kracht blijven (R. 102 RoP).
Gewezen op 17 september 2024 door:
Samuel GRANATA
Legally Qualified Judge
Judge-Rapporteur
DETAILS VAN DE ZAAK:
Order no. ORD_598476/2023
ACTION NUMBER: ACT_581538/2023
UPC number: UPC_CFI_376/2023
Action type: Infringement Action (Inbreukvordering)
Machine Translation
ORD_598476/2023
ACT_581538/2023
UPC_CFI_376/2023
Infringement claim
Brussels - Local Division
UPC_CFI_376/2023
Procedural decision (Order)
R. 105.5. RoP
Of the Court of First Instance of the Unified Patent Court (UPC) Local Division
Brussels
Ordered 17 September 2024
CLAIMANT:
Mr residing at
Represented by: Mter. C. Ronse and Mter. K. Claeyé, lawyers at Havenlaan 86C, B414,
1000 Brussels (Belgium), and Mter. M.W. Rijsdijk and Mter D.E.
Colenbrander, lawyers at Amstelplein 1 (Rembrandt Tower, 28th
floor), 1096 HA Amsterdam (The Netherlands);
DEFENDANT(S):
(1) OrthoApnea S.L., a company incorporated under Spanish law, with its registered office at Flauta
Mágica 22, 29006 Malaga, Spain,
(2) VIVISOL B BV, a company incorporated under Belgian law, having its registered office at Zoning
Ouest 14, 7860 Lessines, Belgium, and registered in the Crossroads Bank for Enterprises with
company number 0454.915.053;
Represented by: Mter. van den Horst and Mter. Niemeijer, lawyers at Prinses
Beatrixlaan 582, 2595 BM The Hague (The Netherlands)
OCROOI(S) TO WHICH THE DISPUTE RELATES
Patent no. Patent holder(s)
EP 2 331 036
LANGUAGE OF PROCEEDINGS: DUTCH
PANEL/DEPARTMENT:
Present Department (Brussels) with the panel consisting of:
President / Judge-Rapporteur Samuel Granata
Legally qualified judge (LQJ) Margot Kokke
Legally qualified judge (LQJ) András Kupecz
SUBJECT-MATTER OF THE PROCEEDINGS (ORDER):
Patent Infringement - R. 105.5
DATE AND CONTENT OF THE INTERIM CONFERENCE:
6 September 2024 (10am by video conference in application of R. 105.1. RoP)
The agenda of the Interim Conference was transmitted to the parties along with the link offered for
the video conference. Parties were given the opportunity to provide additional elements.
PARTICIPANTS IN THE INTERIM CONFERENCE:
Before the court:
• Samuel Granata (President and Judge-Rapporteur)
• Margot Kokke (LQJ as a listener)
• András Kupecz (LQJ as Hearing Officer)
For the Claimant
• Mter. C. Ronse
• Mter. K. Claeyé
• Patent Agent N. D'Halleweyn
For the Defendants
• Mter. M. van den Horst
• Mter. B. Niemeijer
PROCEDURAL STATE OF PLAY:
The parties regularly uploaded their written arguments (claim/defence) and supporting documents to
CMS during the written phase of these proceedings and in line with:
• the relevant rules of the RoP;
• the Panel's Procedural Decision of 19 July 2024 (ORD_42503/2024) (following a Request for
Review of 16 July 2024 in application of R. 333.1. RoP and R. 334 RoP of Final Decision
(Order) ORD_37783/2024 rendered on 8 July 2024);
• The Order of the UPC Court of Appeal issued on 26 July 2024 (UPC_430/2024 -
App_42818/2024).
European patent attorney
21 and Part C p. 36 under paragraph 7) (Mr.
The parties' positions and mutual claims are reflected in this written argument supported by
documentary evidence. In the context of the present decision, a repetition of them is not at issue.
ASSESSMENT IN THE LIGHT OF R. 104 ROP:
1. Probing an amicable settlement (R. 104 (d) RoP)
In sounding out a possible amicable settlement between the parties, it was noted that there
was a will to do so on the part of the Claimant and a limited will on the part of the
Defendants (and this primarily because of the significant costs already incurred in these
proceedings).
It was made clear to the parties that these costs could increase significantly (taking into
account a possible appeal and follow-up proceedings (if any) on damages). The Judge-
Rapporteur informed the parties that an amicable solution would still be cost-effective.
Should the parties decide to engage in amicable negotiations for the time being, the parties
were informed that such negotiations (at this stage of the proceedings) would not affect the
date of the oral hearing. Should the parties deem more time necessary, the parties were
informed that a postponement of the date of the oral hearing is a possibility if there is mutual
agreement on this.
2. Offers of proof made by Rejecting Parties (R. 104 (g) RoP)
2.1. With regard to the offer of proof made in the Statement of Reply (p. 57 at paragraph 10) (the
Given that Mr is part of the Defendants' representatives (as patent attorney and
reflected as such in the Defendants' briefs), the request for an offer of proof lacks merit. Mr
is free to speak at the oral hearing in his capacity as Defendants' representative.
2.2. As to the offer of proof made in the Statement of Reply ("Rejoinder") (in Part B p. 20-
It is considered appropriate that Mr be available as part of a hybrid form
of the oral hearing so that he can, (only) if necessary, answer any questions from the panel.
The Claimant will be given the opportunity (including by allowing Mr to speak) to
take position on any statements made by Mr
For practical (linguistic) reasons, any questions from the Panel to Mr. will be translated into
English by the P a n e l . The defendants indicate
in this regard that Mr is proficient in English.
3. Consequences of the (alleged) late institution of proceedings on the merits in application of
R. 198 (1) RoP (R. 104 (g) RoP)
Given that the Defendants, on the basis of an alleged lateness in instituting proceedings on
the merits, on the one hand request the lifting of the (evidence) attachment on
counterfeiting ("Order to Preserve Evidence") in application of R. 198 (1) RoP, but on the
other hand use the findings in execution of the descriptive attachment, the parties are
requested to take oral position on this during the oral hearing.
4. Valuation of the case (R. 104 (i) and (j) RoP)
A provisional fee of €1 (Statement of Claim) was initially claimed by the Claimant, which was
later increased to a provisional fee of €50,000 (Reply to Statement of Defence). The claimant
argues that a concrete estimate of damages will only be able to be determined after
obtaining further information (as claimed).
None of the parties presently offers any guidance for concrete assessment of the value of
the case.
The plaintiff states during the Interim Conference that it can agree to value the case at a
figure of €250,000.
The defendants oppose this, arguing that valuing the case at the proposed amount of
€250,000 will be insufficient in light of the costs already incurred. They request that the case
should be valued at €500,000.
The value of the case is set at€ 250,000 with reasons given as follows:
• R. 370.6 RoP as R. 152.3 RoP (referring to the decisions of the Administrative
Committee of the UPC) set an a m o u n t o f u p t o €
250,000 in advance, so that a lower valuation is not at issue.
• There are neither concrete elements before us nor factual arguments presented that
would lead to a higher valuation of the case than
€250.000.
• Whether or not a valuation is "sufficient" in the light of the possible recoverable
costs (in application of R. 152.3. RoP) is not an element to be considered in assessing
the valuation of the case.
5. Conduct of oral proceedings (R. 104(g) RoP)
5.1. Use of pleadings and visual representations
Any pleading notes and/or visual representations (including in the form of a PPT
presentation) as (pleading) aids are admitted. However, these do not form part of the
written argumentation (claim/defence).
Indicated (pleading) aids can only serve to support the already formulated written
argumentation. After all, the written phase of the proceedings has been concluded so that
no additional/dissenting pleas can be submitted.
Indicated (pleading) aids must be communicated in good time (i.e. 48 hours before the
hearing) to the Registry (LD Brussels) and the opposing party.
5.2. Use of physical examples / models
Parties are further free to use the jaw model mentioned in the Interim Conference during
the pleadings, but again only to support the written argumentation already formulated.
In such a case, this model must be filed as an additional document at the Registry (LD
Brussels) and communicated to the opposing party at the latest 14 days before the hearing
as well as at the same time as it is filed at the Registry (LD Brussels).
DECISION:
1. The value of case is set at€ 250,000.
2. The request for an offer of proof by the European patent attorney is rejected for lack
of object.
3. It is considered appropriate for Mr to be available as part of a hybrid
form of the oral hearing so that he can, (only) if necessary, answer any questions from the
panel.
4. The parties are invited to further present oral submissions on the implications of allegedly
late proceedings on the merits in light of the descriptive attachment measures and their
consequences.
5. The use of pleading notes and visual (pleading) aids will be allowed under the following
conditions:
• These may only be used to support the arguments already formulated
• To be communicated to the Registry (LD Brussels) at the latest 48 hours before the hearing
• These must also be communicated to the opposing party at the latest on the same date
that they are communicated to the Registry (LD Brussels).
6. The use of a jaw model during pleadings is permitted under the following conditions:
• The model may only be used to support arguments already formulated
• The model must be lodged with the Registry (LD Brussels) at the latest 14 days before
the hearing
• The model should be communicated to the opposing party at the latest on the same
date they are lodged with the Registry (LD Brussels).
7. Defendants should inform the Registry (LD Brussels) of Mr 's e-mail
address to invite the hybrid hearing.
GUIDELINES PLEADING:
1. Timing/arrangement:
(a) General
Action Time
Administrative and Technical control 15 minutes
Introductory report by the court containing a factual situation
outline, a overview of the claims
(and
counterclaims) and main discussion points
15 - 30 minutes
Pleadings Plaintiff (maximum) 60 minutes
Break To be determined at the hearing
Pleadings Defendants (maximum) 60 minutes
Lunch break To be determined at the hearing
Opportunity to reply Plaintiff (maximum) 15 minutes
Opportunity to reply Defendants (maximum) 15 minutes
Opportunity for the panel to put questions to one or both parties
followed by an interactive debate
To be determined at the hearing
(b) Exceptions
Should questions already be asked by members of the panel or any other intervention take
place during oral argument, this will be taken into account in the context of the parties'
allotted time for oral argument (in the sense that it will not be included in the time
calculation).
2. Recording of plea hearing:
In application of R. 115 RoP, an audio recording of the plea hearing will be made.
Neither the parties nor the public will be permitted to make any recording of the oral hearing
themselves.
3. Publicity and attendance at plea hearing:
The plea hearing is open to the public.
4. Further practical guidelines on the plea hearing:
Further practical guidelines are communicated by the Registry (LD Brussels) prior to the
plea hearing.
INSTRUCTIONS TO THE REGISTRY (LD BRUSSELS):
• If a jaw model is filed, it should be kept at the Registry (LD Brussels).
• A hybrid hearing should be organised from the oral hearing. Invitation should be sent to Mr.
• Prior to the oral hearing, any practical guidelines should be conveyed to the parties
Samuel Rocco M
Granata Date:
2024.09.17
11:48:43 +02'00'
M
Granata
(Samuel) (Rocco) Digitally
signed by
Judge-Rapporteur
Samuel GRANATA
Legally Qualified Judge
PANEL REVIEW:
Any party is given the opportunity to request a reassessment in application of R. 333 RoP. However,
pending such request, this Procedural Decision will remain in force (R. 102 RoP).
Referred on 17 September 2024 by:
CASE DETAILS:
Order no. ORD_598476/2023
ACTION NUMBER: ACT_581538/2023
UPC number: UPC_CFI_376/2023
Action type: Infringement Action (Infringement claim)
bottom of page